In Memoriam Toon van der Horst

Op 5 juni 2014 overleed totaal onverwacht Toon van der Horst, oud-leraar scheikunde, oud eerste conrector en plaatsvervangend rector aan het St.-Odulphuslyceum.
Toon werd geboren te Leiden op 2 oktober 1925 als oudste in een gezin met drie kinderen. Al op 16-jarige leeftijd haalde hij zijn HBS-diploma (1942). Wegens de sluiting van de Leidse universiteit ging hij in Amsterdam scheikunde studeren, maar omdat hij weigerde de loyaliteitsverklaring te tekenen, moest hij als dwangarbeider naar Duitsland waar hij in Salzgitter bij een hoogoven ijzerertsmonsters moest analyseren.
In 1945 hervatte hij de studie scheikunde, nu te Leiden, maar na zijn kandidaatsexamen in 1948 moest hij in militaire dienst. Na twee jaar kon hij verder met zijn studie en op 28-jarige leeftijd studeerde hij af.
Na enig zoeken kwam hij als chemicus terecht op een verffabriek te Apeldoorn, maar na een jaar wilde hij toch iets anders. Hij besloot in het onderwijs te gaan. Hij werd in 1956 benoemd tot leraar aan het St.-Odulphuslyceum en de Paulus HBS te Tilburg. Na twee jaar koos hij volledig voor Odulphus. Hij was inmiddels getrouwd en kreeg, in die tijd van woningnood, met enig geluk een flat.
Hij voelde zich meteen thuis in de typische Odulphussfeer. Hij vond het lesgeven heerlijk; genoot van het contact met zijn leerlingen en was vanaf het begin zeer actief met allerlei buitenlesactiviteiten.
Jan Franken schrijft in het Lustrumboek 1959 (blz. 100): “ … dat hij adviseur is van een unieke collectie van hobby- en serieuze clubs … Bovendien is hij nog aanwezig bij alle vergaderingen van de kascommissies … feestcommissies (enz.) van de laatsten.” Op een foto uit die tijd zien we de jonge Toon, warempel nog met enig haar en pijp rokend, aan het werk met een paar leden van de radioclub. Ook in de kroniek in hetzelfde lustrumboek wordt Toon al in zijn eerste jaar als leider van de hobbyclubs genoemd.
Toon ging meteen mee als begeleider van het roemruchte zomerkamp en was daarvan organisator en leider in de jaren 1958 – 1970, langer dan enig ander voor of na hem. Hij zorgde er voor een unieke sfeer waaraan velen zulke mooie herinneringen bewaren. Men zal zich, naast zijn gulle lach, de roep “opstaan” en “naar de vlaggenmast” herinneren. Hij moedigde jonge collega’s aan mee te gaan en zorgde zo voor continuïteit. Toen hij door zijn taken als conrector niet meer mee kon, bleef hij een trouwe bezoeker. In het lustrumboek 1974 staat een stuk van zijn hand over de zomerkampen, vanaf het eerste in 1950 tot en met dat van 1974. In 1999 werd in Strijbeek een reüniekamp gehouden van oud-medewerkers aan het zomerkamp, waar Toon ook van de partij was (op de fiets natuurlijk). Dank zij zijn tips werden sommige oude kamptradities (het zingen van het Odulphuslied) in ere hersteld. Op een foto van dat kamp hijst hij met kennelijk plezier de Odulphusvlag.
Ook de diësvieringen werden voor het grootste deel door hem georganiseerd.
In 1963 werd Toon benoemd tot conrector van o.a. HBS-B. Zijn begeleiding van de leerlingen was uniek. Oud-leerling (en oud-collega) Hans Maas geeft daarvan een beschrijving, die ik graag in zijn geheel hier letterlijk overneem.

“TOON
Als Toon in het scheikundelokaal laboratorium ging spelen, gingen alle proeven mis.
Daar moest vooral Toon zelf heel hard om lachen.
Eén proef lukte echter altijd. Dat was de meesterproef op Sinterklaasdag.
Dan ging hij mist maken. Tot in het trappenhuis werd alles en allen gehuld in nevelen.
Toen Toon conrector werd, kreeg hij dat volkje van de HBS-B onder zijn gezag.
Daardoor werd ik een vaste klant van zijn pedagogisch lab.
Ik klopte aan de deur.
Toon riep: jaaa!
Je bent er zeker weer uitgestuurd, zei Toon, bij wie nu weer? Bij meneer X, bekende ik.
En je had natuurlijk niks gedaan?
Nog voor ik wat kon zeggen, begon Toon meteen hard te lachen. Erg hard. Wat een plezier.
Niet meer doen, zei Toon.
De week erop, stond ik er weer. Hetzelfde scenario. Weer dat bulderend gelach.
Ik kreeg nooit straf.
Op den duur begon ik me te schamen voor mijn vaste bezoekjes.
Ik besloot mijn leven te beteren en er niet meer uitgestuurd te worden.
Dat lukte.
Meesterproef geslaagd.
Dat lachen, ik mis het.”
In 1971, met het aantreden van rector Noor, werd Toon eerste conrector en belast met de gehele interne organisatie. Daaronder vielen veel meer taken dan hier ooit genoemd kunnen worden, een belangrijke was de zorg voor het OOP. Hij zetelde in de kamer naast de lerarenkamer, waar een wand was behangen met de topografische kaart van Midden-Brabant. Dat was handig voor de oriëntatieritten waarbij hij nauw betrokken bleef. In zijn kamer werd veel vergaderd, ook door de schoolleiding. Toon zorgde voor alles: de agenda, het verslag, maar ook voor het natje en droogje die erbij hoorden. Met zijn humor en milde relativeringsvermogen vulde hij de wat zakelijker ingestelde rector Noor prima aan.

Toon begon zijn werkdag met een rondje langs de lokalen, vooral om te controleren of iedereen er was. Hij wist dus precies welke collega’s soms te laat kwamen, kende ieders verdere zwakke en sterke kanten. Opvallend in alle situaties van communicatie, zowel in de directie, in zijn sectie, in het sectievoorzittersoverleg en elders waren zijn vermogen tot relativeren, zijn vermaarde lach en zijn kwaliteit om mensen bij elkaar te brengen en begrip voor elkaar te laten opbrengen, ook in zijn benadering van het OOP. Een vrouwelijke collega wiskunde zei ooit: “Die Toon moet wel een heel erg slimme man zijn; hij krijgt altijd lachend zijn zin.” Gespeeld was dat zeker niet, zo was Toon.

In zijn sectie was het prettig samenwerken met hem. Wanneer nodig liet hij zich door collega’s overtuigen, bijv. om proefwerken wat zwaarder te maken en om mee te werken aan veranderingen.
Hij is altijd enige lessen blijven geven, na de HBS vooral op de Havo-afdeling. Hij voldeed in ruime mate aan de belangrijkste eisen voor een goed leraarschap: een uitstekend vakman met hart voor zijn leerlingen.
Weer of geen weer, Toon kwam op de fiets naar school. Ik heb hem zelfs niet één keer met de auto zien komen. Ook in zijn vrije tijd ging hij graag fietsen of ontspande hij zich door in zijn bos te gaan werken. Begin jaren tachtig zat hij er een keer bleek en magertjes bij. Hij was een paar dagen met griep thuisgebleven, het eerste ziekteverlof na ruim 25 jaar.
In 1988 tijdens een heel gezellige avond met verschillende optredens van collega’s namen we afscheid van Toon, maar hij bleef de gang van zaken op zijn school goed volgen.
Toon was altijd al zeer goed thuis in kunst en cultuur, daarvoor kreeg hij nu meer tijd. Wie de concertzaal bezocht, had grote kans Toon en Ida tegen te komen. Hij begon meteen met studies aan de Open Universiteit, met blokfluit spelen en Latijn. Toen ik hem vorig jaar een keer opbelde kreeg ik te horen: “Hij is er niet, hij is naar de Latijnse les”. Hij was toen 87! Uren kon hij bezig zijn met het vertalen van oude kerkvaders. Ook zijn vak hield hij bij en de laatste jaren las hij veel boeken in het Frans, Duits en Engels, want hij wilde zijn talenkennis bijhouden.
Hij las veel over geschiedenis, kunst en geloof en nam jarenlang deel aan gespreksgroepen over godsdienstige onderwerpen. Snel na zijn pensionering werd hem gevraagd zitting te nemen in de pastoraatsgroep van de Montfortparochie. Hij werd bij vele activiteiten betrokken, ging voor in avondwaken, werkte mee aan het parochieblad en was soms lector. Hij is tot zijn 75e actief gebleven voor de parochie.

Op de eerste bijeenkomst van de Vereniging van oud-Odulphianen, op 5 april 2014, sprak Toon de aanwezigen enthousiast toe en zei te hopen nog vele keren bij zulke bijeenkomsten aanwezig te mogen zijn. Dat hoopten we allemaal, maar het heeft niet zo mogen zijn.
In de voormiddag van 5 juni ging hij even op de fiets naar de apotheek. Daar werd hij onwel en overleed zonder dat hij van iemand afscheid had kunnen nemen. Tot op de laatste dag, vooral geestelijk, in een uitstekende conditie. Op 12 juni hebben we in een overvolle Montfortkerk afscheid van hem genomen waarna hij begraven werd op het kerkhof aan de Gilzerbaan, vlakbij de graven van twee collega’s uit de schoolleiding.
Toon is ruim 88 jaar geworden, een lang en zeer welbesteed leven, getypeerd door milde wijsheid en oog voor de menselijke maat. De Odulphusgemeenschap zal hem missen, maar nog meer geldt dat voor Ida. Wij wensen haar sterkte.
Namens de Odulphusgemeenschap,
Gérard de Laat

Saskia van Bezouw
Na het overlijden van mijn vader kreeg ik een doos papieren waaronder een brief die ik schreef aan de Heer van der Horst, helaas heb ik deze nooit verstuurd. De brief is gedateerd juli 1985. In hetzelfde jaar overleed mijn moeder plotseling en het was meneer van der Horst die mij met troostende woorden toesprak, precies wat ik nodig had. Hij had een hart van goud en was een leerkracht zoals ik die eenieder toewens, een leraar voor de leerlingen. Inmiddels ben ik zelf leerkracht en ik probeer naar zijn voorbeeld leerlingen te benaderen.
Ik zal de brief bewaren tot ik alsnog weet waar ik deze naar toe kan sturen.

Saskia

Laat reactieformulier zien

© 2015 Vereniging Oud-Odulphianen